Ons derde achttal heeft zijn eerste wedstrijd mooi gewonnen, met 3½ – 4½ uit tegen Caïssa 4. Dit
was het resultaat van niet aflatende vechtlust en onverzettelijkheid, vaak in mindere stellingen.
Theo Bakker kampte al snel met een ongerokeerde koning in een open stelling. Hij sleepte een remise uit
het vuur door herhaling van zetten.
Onze vaste zwartspeler
Johan van der Maas trad actief op tegen de Grand Prix. Een buitengewoon
handige torenmanoevre over de g-lijn gaf hem een toren op wits achterste lijn. Dat leverde hem een in de
knel geraakte loper op en de winst.
Van een afstandje zag ik beroering aan het eerste bord ontstaan. Dat kon in mijn ogen alleen maar
betekenen dat onze kopman
Mischa de Rue verloren had, afgaande op wat ik van de partij gezien had.
Hoe anders bleek dit te liggen. Na een chaotische opening en dameruil was een wederzijds versplinterde
pionnenstelling ontstaan. Een slordigheidje kostte onze kopman een kwaliteit en ik gaf niets meer voor
zijn kansen. Dit was buiten Mischa's vechtlust gerekend. Hij bracht met toren en paard de vijandelijke
koning in het nauw. Die ging op een beslissend moment de verkeerde kant op en liep mat.
Onze invaller en geheim wapen
Gerben Sloot nam het aan het laatste bord op tegen Coen Venema en
diens lijfopening het Morra-gambiet. Gerben nam het aan en zag de gebruikelijke aanval op zich afkomen,
over de half open d-lijn en op de achtergebleven pion d7. Maar hij verdedigde zich stug, zag kans de pion
op te spelen naar d6 en het stuk dat zich op d5 had genesteld zo af te ruilen dat wit met een pion moest
terug nemen – en als klap op de vuurpijl die pion te veroveren. Gerben moet zijn tegenstander daarmee
flink van zijn stuk hebben gebracht, want hij kon de partij beslissen met een paardvork op koning en
dame.
Ailko van der Veen moest een pionnenstormloop op de damevleugel en in het centrum het hoofd bieden.
Zijn koning bleef daarbij in het tochtige midden, terwijl die van zijn tegenstander veilig kort gerokeerd
had. Er kwam een halsbrekend eindspel op het bord, dat Ailko remise kon houden met een loper en een
ver opgerukte vrijpion tegen een toren.
Dit bracht de tussenstand op een florissante
1-4. Of we nog tenminste een halfje zouden weten te scoren
bleef heel lang onzeker – plotseling ondervonden we tegenwind.
Martin Hulsing en zijn tegenstander waren niet zuinig geweest met pionzetten, wat resulteerde in diverse
sterk geposteerde paarden hier en daar en van tijd tot tijd. Het kwam tot een dame-eindspel dat me gunstig
leek voor Martin, gezien vrijpionnen op a3 en c5. Maar toen ik weer kwam kijken, bleken de twee zwarte
paarden vleugels te hebben gekregen en de witte koning tot overgave te hebben gedwongen.
Verdrietig was ook
Eric van Rijkom. Hij speelde een goede partij, maar tastte mis tijdens een
slagwisseling op de open f-lijn, wat tot ondekbaar mat leidde.
Nu hing alles af van de laatste partij, die tussen
Martin Rekelhof en Wim Suyderhoud. Zij kennen elkaar
langer dan vandaag en gaven elkaar geen duimbreed toe. Na krap twintig zetten was er nog geen stuk of
pion van het bord verdwenen. Toen dat toch gebeurde hielden beide partijen zo te zien gelijke kansen, met
een vrijpion voor wit op d6 en een voor zwart op e4. Martin raakte in hevige tijdnood en werd het
slachtoffer van een vork, maar bleef koortsachtig naar tegenspel zoeken. Daarbij ontglipte hem een
onregelementaire zet – de wedstrijdleiding slaagde er vijf man sterk in Suyderhoud de hem toekomende
twee minuten op de klok te bezorgen. Maar Martin bleek een harde noot, niet te kraken. De hem
aangeboden remise nam hij graag aan, waarmee hij de winst voor het team binnensleepte.
Victor, 21 oktober 2026