Er zijn avonden waarop alles klopt, en avonden waarop het nét niet uit elkaar valt. Dit was er zo één van de tweede categorie. Zo’n avond waarop je halverwege denkt: dit gaat mis, dit gaat helemaal mis — en dat je dan toch eindigt met bier, opluchting en iemand die zegt dat het “een goede teamoverwinning” was.
ENPS 2 tegen Almere 1. Degradatiekraker. Dat woord alleen al. Alsof je met een schep in de hand een kuil staat te graven waar je zelf in kunt vallen. Beide teams op volle sterkte, want niemand wil straks uitleggen dat het aan een invaller lag. Dan liever collectief falen.
Jeroen was de eerste die iets deed wat op controle leek. Actief spel, ontwikkelingsvoorsprong, pionnen offeren alsof het kleingeld was. Zijn tegenstander werd langzaam gek gespeeld, wat in het schaken betekent dat hij gewoon nergens meer goed kon staan. 1–0. Er werd geknikt, iemand zei dat dit “lekker binnen was”.
Jildo volgde. Strategisch gewonnen, zo’n stelling waarin alles logisch oogt en je toch voelt dat het al voorbij is. Toen de boel open ging, was het ook meteen klaar. Zijn tegenstander zat ineens in tijdnood, wat meestal betekent dat hij al eerder ergens de draad kwijt was. 2–0.
Mark stond volgens de mensen die er verstand van hebben “optisch slecht”. Dat is een fijne categorie: het ziet er beroerd uit, maar blijkbaar valt het mee. De computer — altijd achteraf — gaf geen krimp. De tegenstander had weinig tijd en koos voor remise. 2½–½. Achteraf het soort halfje waar je een seizoen op kunt bouwen.
Bas stond al die tijd gewonnen. Dat zeggen mensen vaak, alsof winnen een soort permanente toestand is waar je alleen nog even doorheen moet wandelen. Maar met f- en h-pionnen wordt wandelen kruipen. Het duurde, het duurde lang, mensen gingen staan, weer zitten, iemand haalde bier, iemand zei dat het technisch gewonnen was. En ergens in dat wachten zat de wedstrijd verstopt.
Ondertussen begon het elders te schuiven.
Steve stond eerst goed, toen minder, toen verloor hij een pion en toen leek het zo’n eindspel te worden waar mensen na afloop veel woorden aan vuil maken zonder dat iemand het echt begrijpt. Het zag er niet best uit. Totdat zijn tegenstander een stuk weggaf. Gewoon, hup, weg stuk. Alsof iemand in Almere besluit zijn huissleutels in het Gooimeer te gooien. Steve nam het aan en de partij was voorbij. 3½–½.
Dat was zo’n moment waarop mensen elkaar even aankijken. Alsof ze willen checken of ze hetzelfde zien. 3½–½. Bijna klaar. Bijna veilig. Maar “bijna” is in dit soort avonden een gevaarlijk woord.
Niek stond slecht. Dat wist iedereen, inclusief Niek. Hij probeerde zich los te wurmen, maar het bleef een soort gecontroleerd verdrinken. Verlies. 3½–1½.
Eric had een stelling die je “oké-ig” noemt als je het niet te hard wilt afkraken. Tot de klok begon te tikken. Tijdnood en oké-ig is geen goede combinatie. Ook verlies. 3½–2½.
En dan blijft er altijd nog iets over wat je liever niet had willen uitstellen.
Michiel was te laat gekomen. Vijfentwintig minuten. Dat is in het dagelijks leven nog net sociaal acceptabel, maar op bord 1 tegen iemand van boven de 2000 is het gewoon een slechte opening. Hij speelde nog best goed — dat hoor je vaker bij verloren partijen — tot zijn dame ergens vast kwam te zitten. Ingesloten. Alsof je in Almere een doodlopende straat in rijdt en pas na tien minuten doorhebt dat je moet keren. Verlies. 3½–3½.
En dus keek iedereen weer naar Bas.
Die stond nog steeds gewonnen. Al de hele avond, werd er gezegd. Nu moest het gebeuren. Geen theorie meer, geen strategie, alleen nog techniek en zenuwen. f- en h-pionnen, de categorie waar mensen stil van worden. Er werd niet meer gepraat. Alleen geschoven.
En toen won hij.
4½–3½.
Alsof er iets van je afvalt waar je niet eens wist dat je het bij je droeg. Het degradatiespook verdween geruisloos richting de ringweg, de A10 naar de A6.
Op papier was ENPS iets sterker: gemiddelde rating 1909 tegen 1873. Dat verschil is klein, een procentje hier, een procentje daar. In de praktijk betekent het dat je net iets vaker wint dan verliest. Maar uiteindelijk gaat het daar niet om, je moet winnen als het moet.
Na afloop werd er nagepraat. Dat gebeurt altijd. Er werden varianten besproken die niemand meer exact wist, er werd gelachen om momenten die tijdens de partij nog pijnlijk waren, en iemand zei dat er bij winst in de laatste ronde “nog iets moois in zit”.
Amsterdam voelde die avond net iets beter dan Almere. Dat heeft niets met zetten te maken, maar met iets anders. Moeilijk uit te leggen. Misschien is het de illusie dat je onderdeel bent van iets groters.
En soms komt het goed. Dit was zo’n avond.
Kees
Update: partij Steve Michel - Ian Johnson 1-0
De opening ging niet best: ik speel normaal gesproken 5.Tg1 maar ik heb deze variant al een tijdje niet meer gehad. Voor zo'n belangrijke wedstrijd wilde ik niet zo compromitterend spelen en ging dus voor de "normale" 5.Lc4 maar ik was wel nu al out of book. Vandaar 8.Lb3 (tegen trucjes met ...Pxe4 Pxe4 en d7-d5) ipv de sterkere 8.a4.
12.Lb3-a2 is ook niet best want Pc5xLb3 is niet echt een dreiging.
Ik dacht beter te staan na 19.Kh2 en 20.g3 maar dat was ook niet best.
Ik heb beide zetten 20...d5 en 22..f5 (zie foto) van mijn tegenstander totaal gemist en verkeerd gereageerd.
Er gebeurt een wonder met 32...Pd2 ?? dat een petite (toute petite!) combinaison toelaat. Ik en mijn tegenstander hebben 32...Pa3 post mortem geanalyseerd en wit verliest niet direct maar het is moeilijk te keepen.
Ik en het team hebben dus echt geluk gehad! Ik vroeg mijn sympathieke tegenstander of hij als straf niet lopend terug naar Almere moest maar gelukkig voor hem had hij zijn eigen auto ;)
Steve











